Ontwikkelingen in het vakgebied BUIG

Toevoeging van prijscomponent aan het objectief verdeelmodel

Het objectief model is gebaseerd op een kansmodel waarin voor elk individuele huishouden de kans op een bijstandsuitkering wordt geschat. Het geschatte aantal huishoudens in de bijstand wordt vermenigvuldigd met de geldende normatieve tarieven, om zo tot het objectieve budget te komen. Sinds de invoering in 2015 is het kansmodel jaarlijks verbeterd, bijvoorbeeld door het toevoegen van nieuwe huishoudkenmerken, het gebruik van een integrale dataset met alle Nederlandse huishoudens (in plaats van steekproefdata), en door het gebruik van verfijndere normatieve uitkeringsbedragen. Ook de budgetverdeling voor 2019 is gebaseerd op een aangepast verdeelmodel. In lijn met het advies van de ROB heeft SZW onderzocht in hoeverre er objectieve factoren zijn die verschillen in het gemiddeld uitgekeerd bedrag per gemeente verklaren. Verschillen kunnen bijvoorbeeld komen door gemeentelijke verschillen in het aanbod van deeltijdwerk, of de kans op een andere uitkering (zoals algemene nabestaandewet, pensioen, gedeeltelijke WW, ziektewet). Dit onderzoek heeft geleid tot toevoeging van een prijscomponent aan het model. De geldende normtarieven worden gecorrigeerd voor objectiveerbare verschillen in de gemiddeld betaalde uitkering. Dit zou er toe moeten leiden dat het model beter aansluit bij de gemeentelijke opgaven.

Instroom statushouders in het budgetjaar meegenomen in het macrobudget

Een deel van de statushouders die in 2018 in Nederland aankomen ontvangt in 2018 een bijstandsuitkering. In het voorlopig macrobudget 2018 was hiermee geen rekening gehouden. SZW heeft dit gecorrigeerd in het definitief macrobudget 2018 door een toevoeging met 118 mln. euro. Ook in het voorlopig macrobudget 2019 is nu rekening gehouden met de bijstandsafhankelijkheid in 2019 van statushouders die naar verwachting in 2019 in Nederland aankomen. Voorheen werden de kosten van de bijstandsafhankelijkheid (in het budgetjaar) van in het budgetjaar inkomende statushouders niet in het macrobudget meegenomen.

Definitieve vangnetregeling is ingevoerd

In 2017 en 2018 was er sprake van een overgangsregeling in de vangnetuitkering. Vanaf 2019 wordt de definitieve vangnetregeling ingevoerd. Dit houdt in dat er vanaf 2019 een ‘eigen risico’ geldt van 7,5%. Het tekort tussen 7,5% en 12,5% wordt voor de helft vergoed. Het tekort boven de 12,5% wordt volledig vergoed. Het maximale tekort is dan 10%. In vergelijking met 2018 is de eigen risico drempel gestegen van 5% tot 7,5%. Dit betekent dat het maximale tekort voor eigen rekening is gestegen van 8,75% naar 10%.